Oftewel: hoe ik níet wil dat jij mijn ouder wordt
Ik weet dat ik soms echt wat lastig te volgen ben.
Dat jij dan iets zegt, ik dan “ja hoor, is goed!” zeg, en dat ik dan vijf minuten later iets compleet anders aan het doen ben.
Of dat ik zucht, niet omdat ik boos ben, maar omdat mijn brein net zo’n in mekaar gedraaide knup van kerstlampjes is (nog een paar weekjes, dan mogen we ze weer van de zolder halen… áls ze daar überhaupt ooit beland zijn begin dit jaar).
Dus ja: zucht. Vanuit mijn linkermiddelteen waarschijnlijk.
-&-
Dus even dit:
Wat mij helpt, en wat niet.
1. Help me zonder het over te nemen.
Als je zegt: “Zal ik het meteen ff in de agenda zetten?” in plaats van “Je vergeet ook áltijd wat”, dan voel ik me gesteund.
Niet klein gemaakt.
2. Vraag liever dan dat je het zelf al invult.
Ik weet het, ik kijk soms afwezig.
Maar als je vraagt: “Ben je er nog bij of zit je in je hoofd?”
dan kan ik lachen en terugkomen.
(En eerlijk: ik zit vaak in m’n hoofd. Je hebt mééstal wel gelijk! (Maar dat ga ik natuurlijk niet hardop zeggen of opschrijven). )
3. Stilte werkt beter dan advies.
Soms moet ik gewoon even ontladen. Rust.
Een knuffel, of dat jij dan gewoon niks zegt, helpt meer dan dertig oplossingen.
Hoe creatief en lief bedacht ook.
4. Als ik iets vraag, meen ik het.
Ik vraag niet snel en zéker niet makkelijk hulp.
Dus áls ik het een keer doe, is dat geen “kan je over drie uur misschien even?”.
Dat is: “Ik red het even niet.” Of: “Hellup!”
Gewoon ‘ja’ zeggen is genoeg. En het dan ook doen graag. Nu.
Dank je wel alvast.
5. Laat me wiebelen zonder me los te laten.
Ik hoef geen houvast, alleen te weten dat jij niet wegloopt als ik even chaotisch of van m’n padje ben.
-&-
Ik leer het allemaal nog, dat hulp vragen, grenzen voelen, woorden vinden.
Maar ik doe mijn best.
En dat is soms al een heel project op zich.
En, misschien zeg ik het niet vaak: ik ben heel blij dat je er bent. En dat je blijft.
Ik leer elke dag een beetje beter hoe ik het niet alleen hoef te doen.
Dat ik het waard ben om geholpen te worden.
Misschien herken je dat?
Hoe gaat dat bij jullie thuis; kan en durf jij hulp te vragen?