Ze zitten samen op de bank.
- Snap open.
- TikTok scrollen.
- Insta checken.
- Even reageren.
Maar niemand praat echt.
Onze pubers van 14 en 17 zitten in dezelfde ruimte, maar communiceren niet met woorden, maar met streaks.
Jeroen: “Naath, weet jij hoe tieners tegenwoordig praten?”
Naath: “Ja. Via een Snap met een filterhoofd en ‘streaks’.”
Jeroen: “En in het echt?”
Naath: “Eh… alleen als de WiFi uitvalt.”
Ze snappen liever dan face-to-face praten.
Ze sturen elkaar selfies met één letter eronder in plaats van een normaal gesprek.
Ze hebben 1000 ‘vrienden’, maar met wie kunnen ze écht praten?
Ze zijn continu bereikbaar, maar nergens écht aanwezig.
- Onze 17-jarige kijkt een film, maar vraagt ondertussen op Snapchat “wat gaan we doen?” met vrienden.
- Onze 14-jarige maakt huiswerk, maar doet ondertussen een TikTok-challenge en checkt of ze nog reacties heeft.
- En als je in het echt een vraag stelt? Dan komt er een schouderophaal, gemompel of ‘wacht ff, ik ben bezig’.
Echt praten? Dat is ongemakkelijk.
Want alles moet snel, kort en zonder stilte.
- Bellen? Nee, liever een appje.
- Afspreken? Waarom, als je ook kunt videobellen?
- Een echt gesprek voeren? Alleen als het écht moet.
En ergens snap ik het. Want wij zijn ook niet meer gewend om echt te luisteren.
Wat als we weer leren écht contact te maken, zonder dat het na een dag ‘weg’ is’?
Wie merkt ook dat jongeren (en wijzelf) steeds meer moeite hebben met gewoon… praten