Het is 23:08 uur en ik denk: “O, dit is een perfect moment om nog even m’n dag te delen.”

Jeroen ligt al.
Licht uit.
Dekens tot z’n kin.
Maar mijn hoofd zegt:
Nu.

NU moet ik vertellen over dat ene gesprek.
Over die ingeving van vanmiddag.
Over waarom ik me ineens herinner dat ik vroeger ook al zo dacht.

Ik had er de hele dag voor.
Maar die was gevuld met thee zetten en vergeten dat ik thee had gezet.
Met dingen pakken en niet meer weten wat ik ook alweer ging doen.
Met apps openen, sluiten, weer openen.
Met zinnen die half af zijn gebleven in mijn hoofd.

En nu is er stilte.
En in die stilte komen alle woorden ineens los.
Niet verspreid over de dag.
Maar in één lange stroom van ‘hé, dit moet ik je nog zeggen’.

Hij zegt zacht: “Liefie, ik luister morgen…”.
Ik zeg: “Oké.”
En denk nog even aan de tien dingen die ik straks in bed niet meer mag vergeten.

Tijd is raar.
Voor mij is het óf ‘ik heb nog uren’.
Óf ‘shit, het is ineens voorbij’.

Maar gelukkig zijn er mensen die blijven.
Ook als ik op onhandige momenten op ‘afspelen’ druk.

Bedenk jij je ook vaak als je in bed ligt wat je nog allemaal wilde bespreken? Of ben ik de enige? 😊🙈